Het Verhaal van Benjamin Franklin
Mijn Nieuwsgierige Start in Boston
Hallo, ik ben Benjamin Franklin, en mijn verhaal begint lang geleden, op 17 januari 1706, in de bruisende havenstad Boston, Massachusetts. Ik was de vijftiende van zeventien kinderen, dus ons huis was altijd vol lawaai, leven en ideeën. Mijn vader was kaarsen- en zeepmaker, een eerlijk beroep, maar mijn hart verlangde naar iets anders: boeken. Ik verslond elk boek dat ik te pakken kon krijgen en leerde mezelf lezen op zeer jonge leeftijd. Hoewel mijn familie me maar twee jaar naar school kon sturen, was mijn honger naar kennis onstilbaar. Op mijn twaalfde stuurde mijn vader me als leerling naar de drukkerij van mijn oudere broer, James. Daar leerde ik het vak van het zetten van letters en het drukken van kranten, maar ik droomde ervan mijn eigen woorden op die pagina's te zien. James dacht dat ik te jong was, dus bedacht ik een list. Onder het pseudoniem 'Silence Dogood', een zogenaamd geestige weduwe van middelbare leeftijd, schreef ik brieven vol humor en kritiek op de wereld om me heen. Ik schoof ze 's nachts onder de deur van de drukkerij. Tot mijn grote vreugde publiceerde James ze, en al snel waren de brieven van mevrouw Dogood het gesprek van de stad! Dit geheim gaf me een voorproefje van onafhankelijkheid, en op mijn zeventiende, in 1723, besloot ik dat ik klaar was om mijn eigen weg te gaan. Ik verliet Boston en vertrok naar Philadelphia, met slechts een paar munten op zak en een hoofd vol dromen.
Mijn Stempel Drukken in Philadelphia
Toen ik in Philadelphia aankwam, was ik een vermoeide, hongerige jongen van zeventien, maar ik voelde dat dit de plek was waar ik mijn fortuin kon maken. Ik vond al snel werk als drukker en door hard werken en spaarzaam leven, kon ik in 1728 mijn eigen drukkerij beginnen. Twee jaar later, in 1730, werd ik de uitgever van de krant de Pennsylvania Gazette. Ik vulde de krant niet alleen met nieuws, maar ook met essays en grappige stukjes die ik zelf schreef. Mijn grootste succes als uitgever begon in 1732 met de publicatie van Poor Richard's Almanack. Dit jaarlijkse boekje stond vol met kalenders, weersvoorspellingen, gedichten en puzzels, maar het werd beroemd om zijn gevatte spreuken en wijsheden, zoals 'Vroege vogel vangt de worm' en 'Een gespaarde cent is een verdiende cent'. Mensen hielden ervan, en de almanak maakte me een bekend en gerespecteerd man in de koloniën. Maar succes ging voor mij niet alleen over geld verdienen. Ik hield van mijn nieuwe stad en wilde haar een betere plek maken voor iedereen. In 1731 richtte ik de eerste uitleenbibliotheek van Amerika op, de Library Company of Philadelphia, zodat anderen net als ik toegang hadden tot boeken. Ik organiseerde de eerste vrijwillige brandweer van de stad in 1736, de Union Fire Company, en hielp bij het opzetten van een academie die later de Universiteit van Pennsylvania zou worden. Ik geloofde dat burgers de verantwoordelijkheid hadden om hun gemeenschap te verbeteren, en ik probeerde dat elke dag in de praktijk te brengen.
Op Jacht naar Bliksem en Ideeën
Naarmate mijn drukkerij succesvoller werd, kreeg ik meer vrije tijd om mijn grootste passie na te jagen: de wetenschap. Ik was oneindig nieuwsgierig naar hoe de wereld werkte. Ik bestudeerde alles, van oceaanstromingen tot de manier waarop schoorstenen rook afvoeren. Mijn meest beroemde onderzoek ging over elektriciteit, een mysterieuze kracht die in die tijd nog maar weinig werd begrepen. Ik vermoedde dat bliksem tijdens een onweersbui een vorm van elektriciteit was, en ik bedacht een gevaarlijk experiment om het te bewijzen. In een stormachtige nacht in juni 1752 ging ik, samen met mijn zoon William, naar een veld met een vlieger die ik had gemaakt van zijde, met een metalen punt erop. Aan het einde van het vliegertouw had ik een metalen sleutel vastgemaakt. Terwijl de storm woedde, zag ik de losse draden van het touw overeind staan, een teken dat er elektriciteit in de lucht was. Voorzichtig bracht ik mijn knokkel bij de sleutel en... knetter! Er sprong een vonk over. Ik had het bewezen! Bliksem was elektriciteit. Deze ontdekking was niet alleen opwindend, het was ook nuttig. Het leidde direct tot mijn uitvinding van de bliksemafleider, een metalen staaf die op gebouwen kon worden geplaatst om blikseminslagen veilig de grond in te leiden en branden te voorkomen. Mijn nieuwsgierigheid bracht me ook tot andere uitvindingen die het leven makkelijker maakten, zoals de bifocale bril, zodat ik niet steeds van bril hoefde te wisselen om te lezen en in de verte te kijken, en de Franklin-kachel, een efficiëntere metalen kachel om huizen te verwarmen. Ik heb nooit patent aangevraagd op mijn uitvindingen; ik wilde dat ze vrij beschikbaar waren om iedereen te helpen.
Een Stem voor een Nieuwe Natie
Naarmate ik ouder werd, raakte mijn leven steeds meer verweven met de politiek. De Amerikaanse koloniën, waar ik was opgegroeid, werden geregeerd door Groot-Brittannië, dat aan de andere kant van de oceaan lag. De spanningen tussen de koloniën en de Britse koning groeiden, omdat we vonden dat we werden belast zonder vertegenwoordiging in het bestuur. Ik bracht vele jaren door in Londen als vertegenwoordiger van de koloniën, waar ik probeerde te pleiten voor onze rechten. Helaas werd de kloof te groot om te overbruggen. In 1775 keerde ik terug naar huis, net toen de Amerikaanse Revolutie begon. Het jaar daarop, in 1776, kreeg ik de grote eer om samen met Thomas Jefferson, John Adams en anderen de Onafhankelijkheidsverklaring op te stellen. Met dat document verklaarden we dat we een nieuwe, vrije natie waren: de Verenigde Staten van Amerika. Om de oorlog tegen het machtige Britse leger te winnen, hadden we hulp nodig. Ik werd als diplomaat naar Frankrijk gestuurd, waar ik mijn charme en intelligentie gebruikte om de Franse koning te overtuigen ons te steunen met geld, schepen en soldaten. Hun hulp was cruciaal voor onze overwinning. Na de oorlog keerde ik in 1785 terug naar huis als een held. Mijn werk was echter nog niet gedaan. In 1787, op 81-jarige leeftijd, was ik het oudste lid van de Constitutionele Conventie, waar we de grondwet van ons nieuwe land opstelden. Het was een moment van groot debat, maar ook van grote hoop. Ik was er trots op getuige te zijn van de geboorte van een republiek die was gebaseerd op de principes van vrijheid en democratie. Op 17 april 1790, op 84-jarige leeftijd, eindigde mijn reis op aarde. Ik had een lang en vol leven geleid, als drukker, schrijver, wetenschapper, uitvinder en staatsman. Mijn grootste hoop was dat ik een wereld achterliet die een beetje beter, wijzer en vrijer was dan de wereld waarin ik was geboren.
Leesbegripsvragen
Klik om het antwoord te zien